Boskapel, tussen traditie en moderniteit

Lezing: Matteüs 10, 37-42

Welkomstwoord door Joost Koopmans

Genade, vrede, God om je heen dit uur in de Boskapel, en welkom allemaal, in het bijzonder het kerkkoor uit Lindenholt: Subtilia!

Deze zondag is speciaal omdat Ulrich Berges voor het laatst mee voorgaat. Na 6½ jaar hoogleraar Oude Testament te zijn geweest hier in Nijmegen, gaat hij dezelfde leerstoel in Münster bekleden. Münster: qua familie en religieuze familie de bakermat van Ulrich.

Wat ons zo aansprak bij Ulrichs voordrachten, op zondag alswel door de week bij de leerhuizen, is dat hij met ons de weerbarstigheid van bijbelteksten is aangegaan. Hierin was hij ook ónze leraar, iemand die moeilijke teksten áánkan, er niet bang voor is; integendeel, ze als een uitdaging ziet.

Ulrich, de Boskapelgemeenschap wordt gevormd door kritische gelovigen, en wat wij in jou herkenden was, dat je ook zelf met teksten worstelt. “Ga de strijd maar aan, vragen mag, klagen mag, maar geef niet op!”

Wat dat betreft geven de radicale uitspraken in het Evangelie van vandaag je weer alle kans tot stevig spitwerk!

Ulrich, op zoek naar een spiritueel onderkomen op zondag vond je de Boskapel. Wij hebben je graag onderdak verschaft. Zoals het echtpaar van Sunem uit de eerste lezing onderdak bood aan de profeet Elisa. En het gaat daarbij niet zozeer om de persoon van de profeet, maar om Gods woorden die hij in herinnering brengt.

Wij danken je voor de woorden die je in ons midden gesproken hebt, en nu weer spreken gaat.

Overweging

Geachte bezoekers van de Boskapel, lieve vrienden.

Met veel genoegen heb ik de uitnodiging van Joost aanvaard om op deze zondag de overweging te houden en tegelijk afscheid te nemen van de Boskapel.

Toen ik in juli 1998, dus pakweg zeven jaar geleden, een huurwoning op de Oude Graafseweg vond, was mij de Boskapel nog helemaal onbekend. Het was dus puur toeval – maar, wie weet, misschien ook niet – dat ik door de buurt kennis maakte met deze, jullie kerkgemeenschap. Ik herinner mij dat ik de liederen al vanaf het begin zo inspirerend heb gevonden: de diepte van de teksten, de manier om levensverhalen en geloofsuitingen op poëtische wijze met elkaar te verbinden…

Het koor van Lindenholt, dat vandaag hier te gast is en de muzikale begeleiding verzorgt, is ook nu weer een uitstekend voorbeeld, hoe verfrissend en inspirerend deze gezangen werken. Dat zal ik heel erg missen… Niet dat er in Münster, mijn geboortestad, niet óók gezongen wordt, maar daar is het zingen toch anders! Ook in Lima (Peru), waar ik van 1989 tot 1994 verbleef, werd heel veel in de kerkdienst gezongen. Maar toch… dat is niet te vergelijken met het zingen hier. Wat hier anders is, is niet alleen de taal, de instrumenten, het ritme, maar vooral het niveau van reflectie op het geloof, traditie, menszijn in een moderne, misschien postmoderne samenleving. Die hedendaagse geloofsbeleving komt tot uiting in de liederen die wij hier in de Boskapel zingen.

Niet alle liederen hebben dezelfde diepgang en het zal ook wel niet de bedoeling zijn dat de vieringen te zwaar belast worden met diepgaande gedachten, maar toch, deze gezangen hier zijn allesbehalve onschuldig. Zij geven blijk van mensen die hun eigen weg gaan, hun eigen weg van gelovig zoeken, van vinden en die deze zoektocht verwoorden in liederen en gedichten. Heel uitstekend past dat bij een kerkgemeenschap die staat in de traditie van de grote christelijke schrijver en dichter Augustinus.

Van een docent – en trouwens ook een predikant – wordt verwacht er een voorbeeld bij te halen om te illustreren wat men bedoelt te zeggen. En daarom nodig ik jullie uit om nog eens de tekst van het lied te bekijken dat wij zo juist gezongen en gehoord hebben. Alleen al de titel van dit lied “Lied van de ongehoorzamen”, is provocerend en roept vragen op. In een klassieke eredienst zal dit lied wel niet passen; vele dominees en pastores zouden dit soort liederen ook niet graag ten gehore brengen in hun kerkdiensten.

Maar juist dit lied verwoordt heel goed waar het in de Boskapel om te doen is: om een beleving van het geloof, om een zoektocht naar het bevrijdende handelen van Jezus van Nazareth, die zich niet laat binden aan oude normen en regels, regels die mensen tot slaafsheid hebben gebracht en het nog altijd doen. Luister maar eens naar deze versregels:

Zij die gehoorzamen, kennen geen vrede,
tenzij gehoorzamend aan wie ze zijn.
Tegen de normen die machtigen smeden,
kies ik de weg die ik ken als van mij.

Zeg mij dus niet dat ik regels moet volgen
die mij vervreemden van wie ik zelf ben.
Worden ook machthebbers hevig verbolgen,
ik volg in vrede het recht dat ik ken.

Niet in slaafse gehoorzaamheid rust de weg die tot vrede leidt.
In haar zorg voor gerechtigheid herkennen wij de vrede.

Wat mij de Boskapel in al die jaren heeft geleerd – niet in een academische setting, maar in haar liturgische vieringen – is dit: gehoorzaamheid in het geloof gaat noodzakelijk gepaard met een kritische houding tegenover juist dit geloof. Dat betekent helemaal niet, dat nu alles mag en kan. En dat alle regels nu over boord moeten worden gegooid om de zelfvinding te bevorderen. Maar waar het wel om gaat is het feit dat in een moderne maatschappij religieuze tradities, normen en regels – het geloof in zijn totaliteit – getoetst moeten worden door het persoonlijke weten en geweten van het vrije individu. Dat is juist het struikelblok en de drempel waar de kerken niet overheen komen en altijd weer opnieuw struikelen en daardoor ook vele anderen tot struikelen brengen.

Er bestaat geen ‘waarheid’, die los van concrete omstandigheden verwoord aan anderen kan worden medegedeeld en opgelegd. Hier is het zo: samen op weg “die ik ken als van mij”.

Hoe belangrijk en noodzakelijk deze kritische houding vooral tegen de eigen religieuze traditie is, daarvan getuigt het evangelie van vandaag. De officiële liturgische kalender laat met opzet de twee voorafgaande verzen weg om bij de gelovigen niet te veel vragen los te maken. Ik wil deze verzen toch voorlezen:

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen; ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard. Want ik ben een wig komen drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen schoondochter en schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! (Mt 10, 34-36).

Wat is de waarheid van deze woorden? Dat Jezus en zijn leerlingen het liefst de hele wereld in brand willen steken om sneller bij de hemelse vader te komen? Hoe gevaarlijk zijn deze woorden, zoals ook de uitspraak: “Wie zijn leven probeert te behouden, die zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om mijnentwil, die zal het behouden.” (Mt 10, 39) Van het gevaar van deze teksten getuigen de mensen die zichzelf en anderen in naam van het geloof in zelfmoordacties opblazen, in de hoop onmiddellijk opname te vinden in het hemelse paradijs.

Nogmaals: wat ik in de Boskapel heb geleerd is: dat wij best kritisch mogen zijn, ja, zelfs kritisch moeten zijn. Maar bovendien: dat wij niet ophouden te zingen en te zoeken naar de weg, “die wij kennen als van ons”.

Ulrich Berges msc

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie