Sacramentsdag

Sacramenten worden gevierd als we op een punt staan van verandering in ons leven. Het centrale sacrament is de Eucharistie. Daarin vieren we telkens opnieuw het wonder van de verandering. Niet alleen van de betekenis van brood en wijn, maar ook van onszelf.

Maar het woord “verandering” klinkt zo hard. Het is de Benedictijner monnik Anselm Grün uit Münsterschwarzbach die ons in één van zijn boeken vertelt dat het in de Eucharistie gaat om “Verwandeln”. Dat is iets anders dan “Verändern”. In dit woord zit namelijk iets gewelddadigs: alsof we voortdurend zouden moeten veranderen omdat we denken niet goed te zijn zoals we zijn. We moeten eigenlijk een ander worden.

“Verwandeln” is wezenlijk zachter: alles in mij mag er zijn, alles is goed en heeft zin, mijn hartstochten en ziekten… ook als ze me soms tyranniseren. Door de aanvaarding van mijn mens-zijn kan mijn echte zelf doorbreken, kan God in mij doorbreken. “Verwandlung” betekent dat het aardse goddelijke transparant kan worden – een God die oplicht in het gewone.
In de context van vandaag: dat het lichaam van Christus kan doorbreken in mensen die zich engageren met Hem.

Overweging

Hap-snap wat uit de muur eten, of, samen met een bordje op de schoot, al TV-kijkend, zitten eten, is wel lichamelijk honger stillen, maar nog geen maaltijd houden. Tot het maal hoort wezenlijk dat je in verbondenheid bij elkaar zit, dat je tijd hebt voor elkaar. Het is een menselijk en sociaal gebeuren. Er wordt gepraat, gehuild, gelachen, gedeeld.

In deze lijn liggen ook de bijbelse maaltijdverhalen. Het verhaal van Lucas bijvoorbeeld over de broodvermenigvuldiging, gaat over het delen en samen eten van brood en vis. Het verhaal is ook een oproep van Jezus om het voeden van de hongerigen op ons te nemen.

“Jullie moeten hun te eten geven”.

Niet alleen het verhaal van het laatste avondmaal, maar ook die andere verhalen over maaltijden hebben de eerste christenen ertoe geïnspireerd sámen te komen om brood en beker te delen. Paulus beschrijft de Eucharistie als een gewone maaltijd of als een onderdeel daarbinnen. Hij vraagt zijn medechristenen genoeg over te houden voor de mensen die laat komen, waarschijnlijk omdat ze moesten werken. Het samen maaltijd vieren ter gedachtenis aan Jezus bleek een uitgelezen bindmiddel voor de nieuwe beweging en deed haar beseffen dat zij het voortlevende lichaam van Christus was geworden voor het leven van de wereld.

De vormgeving van de Eucharistie heeft vanaf toen tot op de dag van vandaag een interessante ontwikkeling doorgemaakt.
Al snel werd de behoefte gevoeld om vóór de maaltijd met elkaar uit de Schriften te lezen, er over te praten en samen te bidden. Er groeide dus iets als een Woorddienst, als voorbereiding op de Tafeldienst. Dat het samen aan Tafel gaan ook zichtbaar het hoogtepunt was, zie je nog in de vroeg-christelijke kerken, waar midden op de kerkvloer de tafel prijkt, waar omheen de gemeenschap zich verzamelde.

Maar tijden veranderen. Onder invloed van allerlei Middeleeuwse theologische denktranten en visies op het ambt, raakte het maaltijdkarakter van de Eucharistie in de verdrukking. Het kringgebeuren werd opgedoekt. Eucharistie vieren werd een activiteit van de priester alleen. Of er toeschouwers waren of niet, maakte eigenlijk niet uit. De privé-altaren in de omloop van de Boskapel getuigen daar nog van!

Kerkgebouwen werden lange pijpenladen. De tafel werd altaar, uit het midden naar de apsis voorin geschoven, ver weg van de beminde gelovigen die in rijtjes banken achter elkaar de Mis mochten volgen. En het brood werd een vederlicht ouweltje dat je aan van alles kan doen denken behalve aan brood!

Uit deze tijd stamt ook Sacramentsdag met zijn processies, die nog steeds rondtrekken in Limburg, en hier dichterbij, bijvoorbeeld in Huissen, maar vooral nog in het buitenland. De hostie wordt vereerd als een soort relikwie, losgemaakt van het samen eten, en de processie benadrukt de roomse identiteit tegenover andere christenen. En in Huissen, zo las ik, versterkt het zelfs de identiteit van de echte Huissensen! Je moet die dingen in hun tijd en traditie zien, natuurlijk!

Maar er ging een zucht van verlichting door de kerkgelederen toen het tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60 toch weer het maaltijdkarakter van de Eucharistie naar voren schoof. De grondintuïtie is toch altijd weer sterker dan wat er later van gemaakt is. Het gaat er niet om brood en wijn te vereren, maar elkáár te eren als mensen die door God aan elkaar gegeven zijn. En die – zoals Augustinus het zegt – in brood en wijn ontvangen, wat ze door hun engagement zijn: het Lichaam van Christus voor deze wereld waarin wij leven!

Zoals hap-snap eten geen echte maaltijd is, zo is een hap-snap-Mis geen echte Eucharistie viering. Het vermaarde en misschien wel beruchte “Vissersmiske” van de OSA hiernaast in “de houteren” Kapel, voor de vroege visser en late feestganger op weg naar huis, op zondag- morgen 5.00 uur behoort tot het grijze verleden! Ik denk niet dat er hier nog iemand komt om even een “Misje te horen”, zoals ik er niet ben om “Mis te lezen”.

Wij komen hier, om sámen het leven te vieren, om God te danken dat we met elkaar mogen bestaan, om samen omgevormd te worden tot het lichaam van Christus. Door te vieren spreken we de hoop uit dat de tijd mag komen dat er voor iedereen in deze wereld brood en wijn genoeg is. Daarbij hoeven we niet alleen te denken aan voedsel voor ’t lichaam, hoe belangrijk ook. Want mensen hebben ook geborgenheid nodig, erkenning, en dat geef je door liefde en aandacht voor elkaar te hebben.
Hopen dat het wonder van de verandering geschiedt door gehoor te geven aan Jezus’woord:

“Jullie moeten hun te eten geven”.

Telkens wanneer we dat doen geschiedt het wonder van overvloed aan liefde, levenskracht en brood midden onder ons.

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie