Pinksteren

Lezing: Handelingen 2, 1-13

Zeven zondagen van Pasen hebben we gevierd — vandaag, op de 50e dag, bereiken we de voltooiing. Vierden we met Pasen dat Jezus opstond uit de dood, met Pinksteren vieren we dat zijn leerlingen zijn opgestaan uit hun verdriet om hun vermoorde Meester. Bezield door zijn Geest gingen ze door in zijn spoor.

Tussen Pasen en Pinksteren hebben we een aanvliegroute gelegd voor de landing van de Geest, ook in onze harten. Temidden van verstarring en vertwijfeling wordt ook door ons nieuwe bezieling gezocht, in kerk en maatschappij.

Overweging

Vonken tussen Maxima en publiek

Deze kop staat boven het krantenverslag over de viering van Koninginnedag in Groningen. Beatrix was het middelpunt, maar Maxima stal de show, of ze nu wilde of niet. De vonken vlogen over en weer tussen haar en het volk. Zij straalt bezieling uit, de koelste kikker ontdooit!

Een grote menigte volgde Hem

Deze kop staat boven één van de hoofdstukken in het Evangelie. Jezus had de mensen verteld over hoe het er aan toegaat in het Rijk van God. “En de menigte was geestdriftig over zijn onderwijs, want Hij onderrichtte hen als iemand met gezag en niet zoals hun schriftgeleerden”, zo staat er letterlijk.

Hij wordt bezield door Gods liefdeskracht en die straalt Hij uit. Ook metterdaad: Hij zoekt mensen op buiten de kring der vromen en had een bijzondere aandacht, genezend en helend, voor hen die naar de rand geschoven waren. Voor Jezus gaat de Geest altijd boven de letter.

Een kleine gemeenschap om Hem heen had Hij ingewijd in zijn denken en doen. Met de bedoeling dat zíj in zijn voetspoor zouden treden. Om de gemeenschap uit te breiden, met liefde als grondtoon, en zodoende het Rijk Gods naderbij te brengen.

Maar wanneer Hij ten Hemel is gevaren, en zij het roer mogen overnemen, staren ze Hem na; ze verstarren, opgesloten in zichzelf; de deuren gesloten uit angst voor de joden. Maar ze blijven wel met elkaar verbonden. Samen biddend en pratend verwerken ze hun verdriet, leren ze om vrede te krijgen met de vroege dood van hun Meester. Ze herinneren zich Jezus opdracht om te doen wat Hij had gedaan.

Dan begint er een nieuwe wind te waaien, de Geest bevrijdt hen van hun angst, ze staan op uit hun verdriet. Die nieuwe wind, die Geest, vervult hen zozeer, dat ze in een nieuwe taal over Jezus en zijn idealen gaan spreken. De deuren gaan open, ze treden naar buiten, en alle mensen die waren samengestroomd, allochtonen en autochtonen, verstonden hen, omdat, bezield als ze waren, de vonken ervan afspatten!

“Mensen, nu Jezus lijfelijk niet meer bij ons is, zijn wij zijn verlengstuk geworden. Hij geeft óns zijn kracht door om zelf vorm te geven aan zijn geest van barmhartigheid en gerechtig-heid in de samenleving!”

Zo is op die dag “Kerk” geboren, want velen lieten zich dopen – inlijven in het Lichaam van Christus – zoals de Jezusbeweging ook wel wordt genoemd. Die beweging waartoe ook wij behoren heeft een lange geschiedenis, een lang verleden van duisternis en licht. En nu staan wij op een keerpunt in de geschiedenis, zoals er méér zijn geweest. Denk maar aan het begin van de 16e eeuw, de tijd van de hervorming.

Aan het begin van ónze eeuw staan we voor een tijdperk waarin priesters en religieuzen zoals ze nu functioneren, voor een groot deel verdwijnen. De provinciaal van de Augustijnen, Bob Bodaar, heeft ons daar vorige week over verteld. En de ont-kerkelijking van kerkleden gaat door!

Maar daarmee verdwijnt nog niet de behoefte aan zingeving! De Geest van Jezus Christus waait waar ze wil! Ze laat zich niet opsluiten binnen enge kerkstructuren. Integendeel, ze bevrijdt zich daarvan en zoekt haar weg in de harten van mensen. Wie zich daarvoor opent, staat op met een nieuw elan en een warm kloppend hart, waarmee hij gestalte geeft aan Gods’ liefde, en naast de kwetsbaren gaat staan.

Ik denk dat de toekomst van de kerk zal afhangen van zulke bezielde mensen. Maar… die toekomst begint vandaag! Juist omdat de oude vormen van “Kerk-zijn” zijn overleefd, juist omdat het staren naar wat voorbij is tóch aanhoudt, juist omdat bij velen het enthousiasme om christen te zijn tot een nulpunt is gedaald, juist daarom schreeuwt onze tijd om mensen, die als helpers van de Geest, bezielen wie koud zijn en versteend, en soepel maken wat is verstard!

Ik ben het eens met Marcel Zagers, één van de jongere religieuze dichters in ons land, die ik interviewde voor de Roerom, waarin hij zegt:

Het nieuwe zit hem in het nú. Hoe doe ik de dingen nu: daar steek ik mijn energie in. Wij kunnen de toekomst van de Kerk niet maken, niet afdwingen of niet tegenhouden. We kunnen die wel mogelijk maken door hier en nu te doen wat in onze ogen gedaan moet worden.

Doen wat nu gedaan moet worden, dat is tot inkeer komen en voelen dat in jouw hart een vonk goddelijk vuur is neergelegd, een vonk die jou in vuur en vlam wil zetten, een vuur dat niet vernietigt, maar verwarmt. Een stralend mens mag je zijn, geraakt door de spirit van God, aanstekelijk voor anderen, vonken slaan over!

Als wij een gemeenschap van geraakten worden, en dat worden is een levenslang proces, dan zullen we weten wat vieren is, en leven en dienen. Dan delen we onze talenten en vaardigheden met elkaar in klank en kleur, in woord en gebaar, in actie en contemplatie.

Dan zullen we antistof bieden aan een samenleving die zich opsluit in individualisme, zelfgenoegzaamheid en privé-geluk. Want dat is en blijft de opzet van de Kerkbeweging: dat er een nieuwe wind gaat waaien door onze samenleving, zodat deuren opengaan naar elkaar en wij elkaar verstaan omdat we de taal van liefde spreken. En die spreek je met een luisterend oor, een helpende hand, een glimlach soms, een wijze raad, een woord van troost.

Daar willen we op een dag als vandaag, het Pinksterfeest, zingend van getuigen:

De kerk is daar waar mensen zijn, met hart en vurigheid!

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie