Pasen: Opstaan uit de beproeving

“Een derde negeert Pasen”, kopt de krant op Goede Vrijdag. En één op de vijf ondervraagde Nederlanders gaat met Pasen naar de kerk. Wij leven – zoals dat heet – in een geseculariseerde cultuur die knaagt aan aloude zekerheden.

Is het hopen op God als einddoel van alles en iedereen geen projectie, een vrome wens, te mooi om waar te zijn? Is de kerk geen achterhaalde beweging, goed voor nog wat oude mensen, waarvan de laatste het licht uitdoet?

Vragen en twijfels die bij sommigen angst en onrust veroorzaken. Zij zoeken hun houvast in kaders van weleer en bouwen er een muurtje omheen, maken van de kerk een onwrikbaar instituut, waarin mensen die het leven – nú serieus nemen, zich niet thuis voelen. Andere mensen worden er onverschillig van, of laten het maar gebeuren. Op den duur haken ze af. Ze raken kerk-ontheemd, met als gevolg dat voor velen daarmee ook het geloven verdampt, afgesneden als ze zijn van de bron. Het is dé beproeving van christenen in deze tijd: nu je bij een minderheid behoort, zou je je inzet en je religieus verlangen óók weleens kunnen opgeven! “Gooi me maar op de grote hoop!”

Maar je kunt de secularisatie ook nog anders beleven: namelijk als een bevrijding van ballast.

De ballast van een God als noodlot, als oppermachtig wezen, waarvan je smadelijk afhankelijk bent.
De ballast van een Kerk die op angst gebouwd is: “als je dit niet doet, gebeurt dat.”

Wat dat betreft staan de Bijbelse verhalen aan de kant van geseculariseerde mensen. Want wat vertelt het uittochtverhaal anders dan de bevrijding van een volk uit onderworpenheid aan goden en noodlot? De God van Abraham – Isaak – Jacob daalt af van zijn troon om zijn volk te bevrijden van knechtende machten. En Mozes is geroepen om die onderdrukten weg te voeren naar een goed wijd land.

Wat is het Evangelie van Jezus Christus anders dan dat er bevrijding mogelijk is uit verstarde godsdienstige wetten en voorschriften die mensen naar de rand schuiven? Heel het verhaal toont hoe Jezus leeft vanuit het visioen van bevrijde mensen. Metterdaad bevrijdt hij hen van kwade machten: van blindheid, doofheid, verlamming, onderdrukking. Hij stelt de geest boven de letter, zoekt mensen op buiten de kring van de vromen en gaat met hen aan tafel. Dít en het gezag waarmee Hij dat doet roept irritatie op bij Farizeeën en Schriftgeleerden. Ze zoeken hem uit de weg te ruimen. Maar op de dag van zijn dood is zijn visioen niet gestorven. De dood kon niet op tegen de levensadem van God in Hem. En mensen verbonden zich aan elkaar om zijn visioen hoog te houden.

Dat is Pasen ook voor ons: vieren dat je kunt opstaan uit de slavernij, uit onderworpenheid, aan goden en noodlot, zelfs uit de dood, die afgrond. Daarmee vieren we niet dat slavernij, afgoden en dood verdwenen zijn. Maar wel dat deze beproevingen ons niet langer bepalen. We kiezen voortaan voor een andere weg, die van de opstand tegen het lot dat ons wordt opgelegd door farao’s en afgoden.

Grote woorden, maar concreet betekent het:

Kleine kansen aangrijpen om het vuur van het begin gaande te houden. Bijvoorbeeld: meehelpen dat achtergestelde kinderen tóch onderwijs kunnen krijgen, zoals we deden met onze actie voor de kinderen in India.

Het is: boodschappen doen en koken voor ’n eenzame zieke.

Het is: een nieuwkomer in deze kapel wegwijs maken, een boekje aanreiken, op z’n gemak stellen: je bent welkom!

Het is kortom: in de buurt zijn met open ogen en open oren.

Maar het is ook: jezelf onderhouden, opkomen voor jezelf en voor je rechten als die worden onderdrukt. Je laten leiden door je eigen bezieling en roeping, ook al willen anderen het van je afnemen, omdat ze het niet kunnen hebben! Je mag er zijn zoals je bent, omdat je Gods evenbeeld bent. Hij heeft een glanzende kern in je gelegd, waardoor je straalt en mooi bent!

Maar wellicht is die glanzende kern dof geworden door verschillende gebeurtenissen:

  • je mocht niet groeien
  • je hebt te weinig kansen gekregen
  • je bent misbruikt, genegeerd, weggepest
  • je bent niet zuinig geweest op jezelf
  • je hebt kansen laten liggen
  • je bent verslaafd geraakt aan …
  • Je kijkt in wrok terug, kunt niet tot vergeving komen

Zo ben je vervreemd van wie je in oorsprong was, en dat heeft je moe gemaakt, teleurgesteld, geïsoleerd .

Maar als God ons bevrijd heeft van het noodlot, dan zijn mensen geen slaven meer, en kunnen ze zich niet langer beroepen op hun nietigheid. Dan moeten we ook onze verantwóórdelijkheid nemen! Opstaan uit de beproeving wil zeggen dat we niet meer berusten in wat ons is aangedaan, of in wat we onszelf hebben aangedaan. Ga de strijd aan!

Niet dat daarmee ineens alles anders wordt, of gemakkelijker. Maar eenmaal de beproevingen herkend en doorleefd, zijn ze niet langer een noodlot, en wij er niet langer de slaaf van: omdat we gaan kiezen voor een andere weg, die van de opstand, het niet langer toezien, en van het samen delen.

Samen:

Daarvoor heb je dus elkaar nodig, een gemeenschap die gelooft, die probeert te geloven in God, de wereld en elkaar. Kerk ís geen achterhaalde beweging, als ook zij maar opstaat uit haar graf, en alle ruimte geeft aan het leven hier en nu.

Dit is de nacht van de opstanding. We grijpen alle kansen aan om het vuur van het begin gaande te houden, zingend en biddend, brekend en delend, met woorden en gebaren die ons optillen en lichter maken!

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie