Licht schenken

Vierde zondag van de advent, lezing: Matteus 1, 18-24

Het verhaal over de boodschap van de engel Gabriël aan het meisje Maria, zoals we dat zoëven gehoord hebben in het evangelie van Mattheus, heeft bij Lucas nog een vervolg. Gabriël kondigt niet alleen aan dat Maria een kind zal baren, maar vertelt in één adem dat ook Maria’s nicht, Elisabeth, zwanger is. En dat is groot nieuws, want Elisabeth is al oud en iedereen, zijzelf incluis, dacht dat ze geen kinderen kon krijgen. Kort daarop, schrijft Lucas verder, reisde Maria in grote haast naar het bergland waar Elisabeth woonde.

Twee vrouwen in verwachting, twee vrouwen die een kind zullen baren. Het Spaans benoemt dat anders: baren heet in die taal dar a luz, en ook het Italiaans kent die term: dare alle luce. “Aan het licht schenken” betekent dat, letterlijk vertaald. Wat een mooie en zinvolle uitdrukking is dat voor het nieuwe leven dat een vrouw ter wereld brengt!

Was niet het eerste woord dat God bij de schepping van de aarde sprak: “Er moet licht komen”? En toen werd het licht geboren. Aan dat licht zijn wij bij onze geboorte gegeven, net als die twee bijzondere kinderen Johannes en Jezus, bij wie dat geschiedde op een andere manier dan gebruikelijk in het mensenbestaan.

Licht is in het verhaal van hun geboorte een belangrijk element: de engel die de geboorte van Jezus aankondigt staat in een stralend licht, en op de achtste dag na de geboorte van Johannes spreekt zijn vader Zacharias in zijn profetie over zijn zoon die het licht van Jezus gaat aankondigen, een stralend licht uit de hemel. En hoe zou Johannes zijn profetische taak wegbereider van de Heer te zijn hebben kunnen volbrengen zonder zelf licht te verspreiden?

Om te kunnen zien heb je licht nodig. Is het duister om ons heen, dan zien wij geen perspectief, geen uitweg. Dan zien wij ook de anderen niet, degenen die het leven met ons delen. Maar als dan de vonk ontbrandt in ons hart, die vonk van het goddelijk leven, wordt het licht, dan verspreiden wij dat licht, dan begint het te dagen. Dan zien wij, niet alleen met de ogen in het hoofd, maar ook met de ogen van het hart. Dan kunnen wij naar iemand omzien, een term die teruggaat op het latijnse woord respicere, waar ons woord respect vandaan komt. Respect is een woord dat in de mode is, het wordt te pas en te onpas in de mond genomen, het is een woord voor politici geworden en slijt daardoor sterk aan betekenis. Maar als je het op de keper beschouwt en herleidt tot zijn oorsprong, dan weet je dat het omzien naar, zich bekommeren om betekent.

Zo heeft Maria, in alle eenvoud en spontanëiteit, omgezien naar haar nicht Elisabeth en is in grote haast naar haar toegegaan. En daar werd ze met open armen ontvangen; zelfs het kind in de schoot van Elisabeth sprong op van vreugde. Wie zou ook niet welkom zijn bij een vrouw die tegen alle regels van de natuur op haar oude dag in verwachting raakt, die hulp krijgt aangeboden tot na de bevalling? Daar kwam nog bij dat Zacharias letterlijk met stomheid geslagen was toen duidelijk werd dat hij op zijn oude dag vader zou worden. Met een man die geen woord kan uitbrengen kun je niet veel aan.

Zo bracht Maria licht in het gezin waar de boreling kort daarop verwelkomd zal worden door zijn vader, die hem profeet van de Allerhoogste zal noemen, die voor de Heer uit zal gaan om de weg voor hem te bereiden. Johannes zou gaan getuigen van de Messias, hij zou een lamp worden die helder brandt, en in wiens licht de Joden zich een tijd lang verheugd hebben; zo sprak Jezus later over hem.

Hoeveel brandende lampen kunnen wij wel niet aanwijzen in onze samenleving, hoeveel mannen en vrouwen hebben licht verspreid in tijden van duisternis? Franciscus van Assisi, Gandhi, Albert Schweitzer, Titus Brandsma, Abbé Pierre, Edward Schillebeeckx, Etty Hillesum, prins Claus…

En hoeveel lampen en lampjes worden er niet ontstoken in het verborgene, in de binnenkamers van onze samenleving? Wie in eigen omgeving omziet naar de ander, een oplettend oog heeft dat schaduwen ziet, de vonk in zijn hart laat opvlammen, straalt iets af van het licht dat ons aangaat, het licht waarvan wij de komst jaarlijks vieren. Licht schenken, lichtdrager zijn: Johannes ging ons voor, ontelbare mensen uit alle generaties na zijn tijd hebben hem gevolgd. Pas nog werd heel concreet licht verspreid tijdens de lampionoptocht die op 28 november werd gehouden ten bate van Hospice Bethlehem, het Nijmeegse gastvrije huis waar mensen die voor de drempel van de dood staan hun laatste dagen kunnen doorbrengen. Tijdens de tocht werd geld ingezameld voor nadere voorzieningen, zoals radio’s en meubilair, en de inrichting van een meditatieruimte: een lang lint van lichtjes over de Waalkade. Ruim 200 mensen liepen mee, onder wie veel kinderen, kou en regen trotserend. De opbrengst bedroeg zo’n 2000 euro.

Hoe je licht kunt schenken: op velerlei manieren. Al is het maar het sturen van een kerstkaart aan een eenzame ziel, al vul je maar een van de vele acceptgiro’s voor een goed doel in die in deze maand door de brievenbus komen. U kunt nog meer suggesties lezen op de wand van onze Boskapel, bij de lichtende sterren.

De vonk van het goddelijke leven in ons wordt tot licht dat hoop en uitzicht geeft in een donkere levensnacht. En het wonderlijke van dat licht is dat het aanstekelijk werkt, en weerkaatst in onze ogen.

Koen van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie