Licht, kind in mij

Lezingen: Psalm 73 en Lucas 15, 1-10

Wat een prachtig lied is dat toch, waarmee we zojuist openden: ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’. Een Oosterhuis-lied vol beelden. Ieder beeld roept op tot meditatie. Het beeld, van het licht, kind in mij, brengt me terug bij de oorsprong van mijn bestaan. Een kind is puur en onbevangen. ‘Licht van de hoge straalt nog niet uit zijn ogen.’ Volwassen geworden ben je vaak ver van je oorsprong verwijderd, hard als het leven is.

Verdriet en tegenslag maakt mensen vaak moe; zwaar en droevig zwerven ze rond, hun oorsprong verloren; of leven op de gok, hun doel verloren. Maar het kind in mij, zegt dat er op mij gewacht wordt. Daarom zoek ik op mijn eigen weg toch de vertrouwdheid van thuis, de warmte en het licht waaruit ik ben geboren. Over verliezen en vreugde van terugvinden; daarover gaat het vandaag.

Overweging

Het ligt voor de hand om Jezus woorden over het verloren schaap, te betrekken op mensen
die in onze samenleving de zwartepiet krijgen toegespeeld. Op de mensen die naar de rand worden geschoven, omdat ze niet in de pas lopen. Toch vestigt de verteller van het verhaal
– Lucas – onze aandacht op iets anders, namelijk op de vreugde van het terugvinden.
“Deel in mijn vreugde, want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.”
“Deel in mijn vreugde, want ik heb mijn verloren munt weer teruggevonden.”
En tot slot in het verhaal dat daar op volgt, maar vandaag niet is voorgelezen, het verhaal van de verloren zoon: “Wees blij en vier feest, want onze verloren zoon en broer is teruggevonden.”

De vreugde van het terugvinden: ná te voelen uit eigen ervaring. We verliezen dan wel geen schapen of drachme’s, maar wel genoeg andere dingen. We raken onze portemonnee kwijt waarin onze creditcards en sleutels zitten; we verliezen door diefstal dierbare herinneringen aan onze ouders of kinderen. Dat gevoel, dat er iets in je leven is weggeraakt wat je lief was, wordt nog duidelijker, als het verlies niet over have en goed gaat, maar over iets in onze gemeenschap of in onszelf. Een kind dat je verliest, een baan, een partner, of je gevoel van eigenwaarde, zelfvertrouwen. Het is dan of we zelf verloren raken. We dragen een gemis bij ons dat haast ondraaglijk is.

Is dat de bedoeling van God? Dat een mens beproefd wordt boven zijn krachten? Dat hij of zij zoveel verliest, dat hij zichzelf verliest? Dat hij zich afsluit, onbereikbaar wordt, niemand nog raad met hem weet? Vandaag laat het Evangelie ons zien dat God erop uit is dat mensen waardig mogen leven en elk zijn naam in vrede draagt. Wij mensen zijn niet geboren om verloren te lopen en aan de kant geschoven te worden. Gods wil niets liever dan dat we héél en volledig zijn. Net zoals de herder en de vrouw uit het Evangelie blij zijn als het verloren schaap en de verloren drachme teruggevonden zijn. Zo zoeken de goddelijke krachten naar ons. Ze hebben geen rust tot wat verloren is weer hervonden wordt.

Liefde is op zoek naar dát wat van oorsprong bij het geheel hoort, ook al is het zwak en kwetsbaar. De verloren zoon is geen moment uit de gedachten van zijn ouders geweest.

Laten ook wij dat op dit moment beseffen: dat ook wij in Gods oog zo onmisbaar bij het geheel horen. Juist wanneer we ons in ons leven verdwaald of ver van huis voelen, is het van belang dat we ons onze oorspronkelijke waarde in Gods liefde herinneren. Je beseffen dat we nog steeds de moeite waard zijn; dat het de moeite loont om onze plek in het grote geheel te hervinden, en er ons werk te doen.

Maar waaraan merk je dat, dat je nog steeds de moeite waard bent? Natuurlijk is het voor mensen die eenzaam en verloren zijn – en dat zijn we allemaal van tijd tot tijd- van groot belang dat ze worden opgevangen door mensen uit de omgeving. Begrip en meeleven zijn een belangrijke steun.

Maar er is nog iets anders; iets van de kant van wie in de put zit. We moeten ook geloven in het licht dat we ontvangen hebben. Het licht dat ons aanstoot in de morgen, na elke donkere nacht. Vaderlijk licht, vuur, adem, hartslag, liefde, in en boven ons uit. God, die in jou aan het licht wil komen.

Het verloren kind ging op weg, vertelt het verhaal. In de grond voelde het dat zijn vader hem bleef aanvaarden. Zo gaat dat in zijn werk. Een uitgestoken hand moet ook gegrepen worden. Geloven dat we, in onze oorsprong, door God bemind, gezocht, aanvaard worden: dat is als het grijpen van de hand van de liefde. “Ik was verbitterd en opstandig, ik was gewond tot in mijn ziel, totdat ik rust vond in uw mysterie, en leerde zien vanuit uw toekomst.”

Wie eenmaal zo heeft leren zien, wie zichzelf ten diepste aanvaard weet, die heeft zijn plek in het grote geheel gevonden, en komt bij zichzelf thuis. Die straalt een innerlijk licht uit en kan dat licht ook aanstoten in hen die het geloof verloren hebben dat hun leven nog iets voorstelt.

Dit alles wil niet zeggen dat je je nooit meer eenzaam zult voelen, dat moeilijkheden gemakkelijker te dragen zijn, dat je door iedereen zomaar begrepen en aanvaard wordt… Het licht is geen bezit. Maar je kunt er beter tegen. Wie het mysterie in zichzelf heeft ontdekt en kan leunen op steevaste schouders, voelt zich gedragen en is in de grond blij dat hij bestaat.

Zelfs de dood raakt zijn dreiging kwijt. Naarmate het goddelijk licht weer een realiteit wordt in het leven van alledag, verdwijnt de behoefte om sceptische vragen te stellen over het hiernamaals. Tenminste zo heeft Han Fortmann dat ervaren op zijn sterfbed. Hij schreef toen een tekst, waarmee ik deze overweging afsluit:

Het hoge Licht

De behoefte van mensen om sceptische vragen te stellen,
lijkt te zullen verdwijnen naarmate het goddelijke licht
weer een realiteit wordt in het leven van alledag.
Maar wie God eenmaal heeft ontmoet,
vindt de vraag naar het hiernamaals niet interessant meer.
Wie geleerd heeft in het Hoge Licht te leven
wordt niet meer gekweld door het probleem
of het licht er morgen ook nog zal zijn.
In het hoofd van een kind, dat leeft onder de goede zorgen van zijn moeder,
komt het niet op om te vragen of zijn moeder ook morgen nog wel voor hem zal zorgen.

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie