Jongerenviering: Jij doet er toe

(11.00 uur) Lezing: Matteus 19, 16-22

Inleiding, getuigenis van Emilie

Goedemorgen allemaal en wat fijn dat u allemaal interesse toont voor deze jongerendienst. Dat maakt onze taak al een stuk lichter. Er zijn namelijk nog steeds mensen onder u die geen vertrouwen hebben in de jeugd van tegenwoordig. Wat wij graag willen bereiken dit uur is u laten zien dat er jongeren zijn die wél nadenken over geloof en de kerk, dat we ons wél maatschappelijk betrokken voelen, dat we wél in staat zijn om een eigen visie te ontwikkelen op allerlei soorten van problematiek, kortom: dat we de slechtste nog niet zijn.

Zo zal Jacqueline in een knallend betoog haar visie geven op de wederzijdse relatie tussen jongeren en het geloof en zal Louis op een zeer heldere manier een verband leggen tussen de geschiedkundige feiten en het actuele gevoel van jeugdigen ten opzichte van de kerk. Maar ik mag de spits afbijten door u mijn persoonlijke, en hopelijk ook verrassende visie op geloof en de kerk voor te leggen.

Ik zal beginnen bij de periode waarin ik iets bewuster met de kerk omga. Dat is als mijn ouders, mijn zusje en ik naar Beek verhuizen, op mijn 7e. Daar, in de Bartholomeuskerk, ga ik in groep 6 ter communie, toen nog met 12 klasgenoten. Ook ging ik met een behoorlijk aantal leeftijdgenootjes zingen in het kinderkoor. Maar dat was meer voor de gezelligheid dan voor iets anders, want van de diensten begreep ik geen snars. Eigenlijk begreep ik van het
hele geloof geen snars. Enkele jaren later deed ik het vormsel, maar we waren nog maar met z’n drieën over. Dat zette me wel enigszins aan het denken: waar waren alle anderen gebleven? Ik ging nog een paar keer naar de kerk voordat het antwoord tot me doordrong. Er was geen fluit aan. Toen besefte ik me dat het mij ook niks deed: een uur lang naar saai geprevel luisteren en je doodvervelen. Jarenlang heb ik niks meer aan geloof gedaan: het was niet nodig om erover na te denken, dat doet niemand toch?

De omslag kwam op mijn 14e toen ik ineens de zeer onverwachte dood van een bekende meemaakte, die iets ouder was dan ik. Toen ik zelf een beetje van de schrik was bekomen, bekroop me de angst dat zijn ouders hier nooit meer overheen zouden komen. Althans, niet op een gezonde manier. Maar tot mijn zeer grote verbazing deden ze dat wel… en zelfs binnen het jaar. Niet omdat ze niet van hem hielden, absoluut niet, maar omdat ze kracht en troost putten uit hun geloof. Dat fascineerde me mateloos, vooral omdat ze hun geloof niet uitten door naar de kerk te gaan. Voor mij waren deze twee dingen altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest: als je niet naar de kerk ging, dan geloofde je ook niet. Maar zij hebben mij anders doen laten inzien. Ik besefte dat je de vrijheid mag en kan nemen om je geloof precies zo in te richten als je zelf wil. Datgene wat voor jou al het wereldse ontstijgt, hoeft niet in de boeken te staan. Zaken die voor jou heilig zijn, hoeven niet door de paus in Rome te zijn goedgekeurd.

Dankzij deze eyeopener heb ik mijn eigen visie op geloof kunnen formuleren. En dat is: de kracht en de heerlijkheid van het dagelijkse. Intens geluk ligt op straat, iedere dag weer. Denkt u maar aan spelende kinderen, de zon die doorbreekt, een persoon die fluitend voorbij loopt, een man die zijn beroep met plezier uitoefent of een goed gesprek met een dierbare. Dat is voor mij heilig: bewust gelukkig zijn, bewust anderen gelukkig zien en dit alles met elkaar kunnen delen. En zo sta ik iedere dag dicht bij God. Hij is voor mij de Bron van al deze positieve energie die je terugvindt in de allerkleinste dingen.

Nu zult u zich misschien afvragen waar de kerk, de Boskapel in dit geval, terugkomt in dit verhaal. Heel simpel: de reden waarom ik me hier veel meer op m’n gemak voel dan in een andere, meer conservatieve, kerk is dat ik hier een individu ben. Er wordt naar me geluisterd en men heeft interesse voor mijn verhaal. En dat ik wat veel jongeren an nu nodig hebben: een beetje persoonlijke aandacht en interesse. Het klinkt dramatisch, maar vereenzaming is een
root probleem van deze tijd. Onze generatie hoeft het niet meer te hebben van gezellig samenzijn en goede gesprekken. We hebben toch internet en games? Sommigen van ons weten zelfs niet beter meer: die denken dat ze gelukkig zijn op hun kleine, stoffige kamertje. Maar ik weet zeker dat ze niet snel genoeg van gedachten kunnen veranderen als ze hier een keer kwamen kijken.

Daarom wil ik graag mijn verhaal afsluiten met een oproep aan u als Boskapelgemeenschap: blijf alstublieft zo doorgaan. Blijf luisteren, blijf geïnteresseerd en blijf tolerant.

Evangelie: Jezus en de rijke jongeman

Overweging

Zoals we konden hoorden in het evangelie, was de rijke jongeman ver gekomen. Hij had geleefd naar de tien geboden en zich keurig gedragen naar de regels en gebruiken die geschreven stonden. Toch vond Jezus dit niet genoeg. Hij vraagt hem om zijn rijkdom te verdelen aan de mensen die het geld hard nodig hebben, en dat offer is de jongeman net iets teveel van het goede.

Maar het offer dat Jezus vraagt van de rijke jongeman die zich bij hem wil aansluiten, is eigenlijk een dringende boodschap. Jezus begint namelijk van hém te houden, niet van zijn rijkdom of zijn keurige gedrag, nee, het ging erom wie hij ís! Aan het geld van de jongen had Hij weinig. En ook al leefde hij naar voorbeeld van het geschreven woord, het was niet wat de mensenzoon zocht in hem. Jezus wilde geen rijke jongeman in zijn clubje, of een keurige vent, of een arme bejaarde. Nee, hij was op zoek naar de persoon vanbinnen, de schat van je hart.

Tot dat besef kwam ook een andere rijke jongeman in een tuin in Milaan. Augustinus gaf zelf toe een welbewogen jeugd te hebben gehad, dat zal ik u nu zal laten horen: Seks, drugs en Rock en Roll. Ook in de vroege Middeleeuwen konden ze er wat van.

Augustinus hield ook van een feestje in zijn studententijd en de drank die daarbij hoort. Door zijn ongeremde begeerte naar seks kreeg hij al een kind op zijn zeventiende. Nee, Augustinus was bepaald geen heilige, toen nog niet.

Toen hij onder een boom zat in een prachtige tuin in Milaan, sprak God tot hem. Hij was de eerste en enige die oprecht vroeg aan Augustinus. “Aurelius, wie ben jíj? Wat wil jij, waar wil je naartoe, hoe ben je als persoon en wat wil je met mijn Liefde?” Hij vroeg niet naar zijn carrière, zijn rijkdom, en hij veroordeelde zijn zonden en begeerten ook niet. Nee, Onze Lieve Heer vraagt naar wie jij bént, niet naar wat je hébt. Hij vraagt naar de schat van ons hart, niet naar de schat op onze spaarrekening.

Naar wat ik heb geleerd, past die boodschap niet in het geloven zoals dat vroeger ging. Tijdens en na de oorlog zocht men sterkte en troost bij de kerk. In de wederopbouw was de Nederlandse samenleving één team. Het was vanzelfsprekend dat je meerdere keren per week naar de kerk ging, dat je gedoopt en gevormd werd. Het leven in die tijd werd doorspekt met God, Jezus Christus en Maria en vele jongeren vroegen zich niet eens af waarom. Nee, het hoorde gewoon zo. Het ging niet om jezelf, maar om aanpassing aan de hele groep.

De bewogen jaren zestig, zeventig en tachtig braken aan, de jeugd verzette zich tegen de heersende orde. Weg met de regering, weg met de regels en weg met de kerk. We doen het nou zoals we zelf willen. Onze ouders gingen kraken, blowen en demonstreren. Ze gingen op zoek naar zichzelf, hun eigen identiteit. Die wilden ze niet meer ontlenen aan de maatschappij, hun ouders of het instituut van de kerk. Nee, die zochten ze bij elkaar.

Door die generatie zijn wij jongeren opgevoed. De ouders van onze leeftijdsgenoten konden kíezen of ze ons gelovig gingen opvoeden, het was geen vanzelfsprekendheid meer. Het was eerder gebruikelijk om je kind neer te zetten in de samenleving als een individu die zijn eigen keuzes kan en moet maken. Geloven is niet meer “in”. Je moet je tegenwoordig verdedigen in je klas als je er voor uitkomt dat je gelooft in God. Vroeger was dat wel anders.

Genoeg geschiedkundige vorming voor dit moment. Laten we ons richten op de generatie jongeren die nu voor u staat. Amper twee weken geleden werd Theo van Gogh op een gruwelijke manier van het leven beroofd, de jonge dader van Marokkaanse afkomst meende te handelen uit naam van een godsdienst. Zogenaamde “Londsdalers” tonen openlijk hun afkeer tegen buitenlanders. Steeds meer jongeren gaan na het stappen met een glaasje teveel op achter het stuur zitten. Tja, de jeugd van tegenwoordig…

Maar er zijn ook jongeren, zoals Lange Frans en Baas B., die een mooi rapnummer maken tegen zinloos geweld. Of Ali B., die zich met Marco Borsato inzet voor War Child. Of jongeren die door te dansen op housemuziek hun bijdrage willen leveren aan de stichting “Stop Aids Now”. Tja…de jeugd van tegenwoordig. Wat is de jeugd van tegenwoordig eigenlijk? Wat willen ze, waar zijn ze naar op zoek?

Persoonlijk denk ik dat de jongere op zoek is naar zichzelf. Wat ook niet verwonderlijk is in een maatschappij met chatrooms, xtc en burn-outs. Helaas hebben we momenteel weinig binding met de kerk. We zijn er niet mee opgevoed, zijn er zelden of nooit geweest, we weten zelfs niet waar die feestdagen nou voor staan en al helemaal niet hoe de bijbel nou in elkaar steekt, laat staan dat we ooit van Augustinus gehoord hebben. Want: in zo´n kerk gaat het toch helemaal niet over jezelf? Het gaat toch alleen maar over God en die Jezus? En ik ga echt niet anderhalf uur lang naar iets saais zitten luisteren. Dat zijn de geluiden die we horen van onze leeftijdsgenoten.

Enkele maanden geleden togen de bisschoppen en de kardinaal van Nederland richting Rome, op audiëntie bij de paus, om een antwoord te vinden tegen deze ontkerkelijking van onze samenleving, met de nadruk op de jongeren. De conclusie was dat we vooral meer en luider het evangelie moeten verkondigen. Ik kan u hier oprecht vertellen dat onze generatie daarvoor niet naar de kerk zal gaan. Het beeld wat de jeugdigen hebben van de kerk, het geloof en Jezus, spreekt ze niet zo aan.

Toch hebben we gehoord van Augustinus en Jezus, dat het geloof wél een houvast kan bieden aan de jeugd om op zoek te gaan naar hun eigen identiteit. Jezus was ook jong, Augustinus was ook een rebel. En toch blijkt dat geen obstakel voor God om in hen te geloven. Het gaat Hem immers om jóu, om wie je bént. Niet om wat je doet of wat je hebt. Nee, jíj doet ertoe. Zowel God, Jezus als Augustinus willen weten wie jíj bent. En een generatie die op zoek is naar zichzelf, krijgt een helpende hand van God aangereikt, en ook van ons als Boskapelgemeenschap.

Ik hoop dat de “jeugd van tegenwoordig” zal ontdekken dat wij op zoek zijn naar de schat in hún hart. Moge de Boskapel een gemeenschap zijn waar jongeren zichzelf kunnen zoeken en zichzelf kunnen vinden.

Louis de Mast

Getuigenis van Jacqueline

Iets meer dan een jaar geleden ging ik op een zaterdagavond naar de kroeg met Louis. Rond een uur of drie ging ik naar huis en Louis ging ook. Hij moest de dag erna vroeg op zei hij, en ik vroeg hem wat hij ging doen. ‘Ik ga morgenochtend naar de kerk’, zei hij. En eerlijk gezegd begon ik een beetje te lachen. Met een biertje in je hand, lallend op de dansvloer zeggen dat je de dag erna naar de kerk gaat. Ondanks je brakke kop, je kater en je wallen tóch vroeg opstaan omdat je zélf naar de kerk wilt gaan. Het intrigeerde mij wel. Maar toch verklaarde ik hem een beetje voor gek. ‘Kom zelf maar eens kijken, en oordeel dan pas’, zei hij. En zo spraken we af dat ik langs zijn huis zou komen als ik op tijd wakker was.

En ja hoor, om negen uur gingen mijn ogen open. En belofte maakt schuld, dus ben ik op mijn fiets gesprongen en zo ben ik voor het eerst naar de boskapel gegaan. Als kind ging ik ook altijd naar de kerk en ik was bang weer een uur te moeten luisteren naar dingen die voor mij totaal niet vatbaar waren. Religie vind ik heel interessant. Ik heb God nog niet mogen ervaren, voor mij is het dan ook geen vanzelfsprekendheid dat God bestaat. Ik kan niet zeggen dat ik in God geloof. Ik zou het best willen. Het lijkt mij een heerlijke rust geven in je leven; weten dat er iemand is bij wie je altijd terecht kunt, iemand die van je houdt en die je nooit laat vallen. Maar ik heb dat nog niet ervaren op die manier. Maar toch interesseert religie mij heel erg. Ik vind het ontzettend fascinerend dat bepaalde verhalen, of ze nou in de bijbel of in de koran staan, mensen al eeuwenlang bezighouden. Dat op een zondagmorgen de verhalen die ik hoor en simpelweg als ‘mooi’ bestempel, door anderen daadwerkelijk gevoeld en ervaren worden. Maar ik dwaal af.

De eerste keer dat ik in de Boskapel kwam werd uiteraard ook het ‘onze vader’ gebeden. Als kind zei ik dat ook altijd braaf op voor het eten. Als er dan vriendinnetjes kwamen eten schaamde ik me dood, omdat zij er dan achterkwamen dat ‘wij thuis moesten bidden voor het eten’. En eigenlijk vind ik die schaamte nog steeds niet zo vreemd. Ik had namelijk werkelijk geen flauw idee van wat ‘in bekoring lijden’ betekende, laat staan dat ik het ‘vader – zoon – heilige geest – amen’ met enig gevoel zei. Toen ik een jaar of negen was (en al erg eigenwijs was) besloot ik niet langer te bidden. Ik vertikte het om nog langer dingen te zeggen uit gewoonte, zonder te weten wat het betekende of te kunnen bepalen of ik erachter stond. Toen in de boskapel het onze vader werd gebeden, ging dat echter op een heel andere manier. De exacte woorden weet ik niet meer, maar het was iets in de trant van ‘vergeef ons van ons egoïsme, waar de wereld niet beter door wordt’. Ik begon zachtjes te gniffelen. Kijk dit was wat mij als jongere aansprak. Niet het aanhoren van verhalen over goddelijke krachten, maar het nadenken over de praktische zin van christen zijn.

Ik denk dat als er echt een God is, hij het niet zoveel interesseert of mensen elke week naar de kerk gaan. Ik denk dat hij het belangrijk vindt dat je als christen leeft. Ik geloof niet in een God die je de wet voorschrijft en vind dat je je hele leven naar de bijbel moet inrichten. Ik geloof dat áls er een God is, hij wil dat je een voorbeeld neemt aan het leven van Jezus. En dat doe je niet per definitie door wekelijks na te denken over zijn leven. Nee, dat doe je door in je eigen leven zoveel mogelijk te leven zoals Jezus dat deed. En er zijn naar mijn mening ook Jezussen in 2004. Ook nu zijn er mensen als Martin Luther King en moeder Theresa. Ook in 2004 kunnen wij leerlingen zijn van dit soort mensen en besluiten ook zoveel als haalbaar is voor anderen te leven. En we kunnen meer dan wij denken. We kunnen véél meer doen dan het jaarlijkse tientje voor Novib om ons eigen schuldgevoel af te kopen.

In de kerk baart het veel mensen zorgen dat er zo weinig jongeren in de kerk komen. Ik kan me die zorg voorstellen, maar ik vraag me sterk af of je dat aan de jongeren kunt wijten. Hoe kun je van jongeren verwachten dat ze zich aansluiten bij een kerk als ze groot worden gebracht in een wereld waar zoveel onchristelijk gedrag wordt vertoond? Hoe kun je verwachten dat jongeren hun geld aan de armen schenken als hun ouders hun telkens duidelijk maken dat drie keer per jaar op vakantie gaan geen luxe is? Hoe kun je van jongeren verwachten dat ze voor hun zieke ouders gaan zorgen als er voor hen als kind ook nooit gezorgd werd omdat carrière maken belangrijker was? Hoe kun je het vreemd vinden dat jongeren geweld als oplossing zien als zij worden grootgebracht in een wereld waar op elk land met olie bommen worden gegooid? Hoe kun je dúrven verwachten dat jongeren liefdevol met dieren omgaan als de massamoord en dagelijkse martelingen voor vlees zelfs in de wet worden goedgekeurd? Hoe kun je verwachten dat jongeren ‘nee’ zeggen tegen onrecht als ze dagelijks op tv zien hoe demonstraties van palestijnen worden beantwoord met een kogelregen? Hoe kun je hopen dat jongeren zich aansluiten bij een kerk, die geleid wordt door een paus die homo’s als ziek beschouwt?

Als je jongeren in de kerk wilt krijgen doe je dat niet door te dreigen met de hel als je seks voor het huwelijk hebt of door als zogenaamd christelijke partij het buiten laten slapen van vluchtelingen als rechtvaardig te bestempelen. Als je jongeren in de kerk wilt krijgen, zul je als volwassenen moeten laten zien hoe je als volgeling van Jezus zou moeten leven. Elkaar helpen, sociaal zijn en praktisch bezig zijn van de wereld een leefbare plek te maken. Als jongeren dat om zich heen zien ben ik ervan overtuigd dat jongeren vanzelf meer gaan leven zoals God, wie dat dan ook is, het heeft bedoeld.

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie