Feesten van licht

Tweede zondag van de Advent, lezing: Johannes 1, 6-18

December … feestmaand!

Toch is deze maand allesbehalve feestelijk als je het moeilijk hebt. Dan is het winter in jezelf, je voelt je alleen, je hebt het koud in je verdriet. Kun je dan nog feest vieren … Kunnen we dan nog sámen feestvieren?

Of delen we onze wereld op in gelukskinderen en pechvogels? Alsof het nou eenmaal gaat zoals het gaat?

Aanleiding genoeg om eens na te denken over de waarde en de kunst van het feestvieren;
gedachten die ik mede ontleen aan een boekje van verpleeghuispastor Marinus van de Berg over de decembermaand. Feesten is een werkwoord, zo vertelt hij. Feesten is je voorbereiden, maar het is ook: ontvangen. Het hart van het feest kun je niet maken.

Feesten is mensen uitnodigen: familie, vrienden, de mensen die een bron van steun en vreugde zijn. Feesten is mensen ontmoeten, herinneringen ophalen, bijpraten. Feesten is samen eten en proosten op licht voor elkaar. Feesten is even afstand nemen van de sleur, van al te grote drukte, van alles wat telkens weer moet en nuttig is. Een feest kan oude banden aanhalen. Een feest kun je doen voelen dat het goed is om er te zijn, om te leven.

Een feest is een kans om te danken en je dankbaar te voelen. Een feest kan je nieuwe zin geven. Zo kun je doorgaan met een loflied op het feest. Maar kun je ook feestvieren in bange en donkere tijden, of als groot verdriet jezelf of je naasten heeft getroffen? Soms, bij een nationale ramp bijvoorbeeld, wordt een feest stilgelegd of uitgesteld. Soms besluit jezelf om niet mee te doen met bijvoorbeeld een verjaardagsfeest. Omdat je het gemis voelt van iemand die er niet meer is, of die ook dit jaar niet zal komen, of om een andere verdrietige reden. Dat mensen
met verdriet dat besluit nemen kan komen door de aard waarop wordt gevierd: een fuif met veel drank, veel hapjes, veel lawaai dat muziek heet. Er is geen ruimte meer voor ontmoeting. Een feest met een hart draait om iemand, om mensen.

Op Kerstmis vieren we dat God zich laat kennen met een menselijk gezicht. Er is licht in de duisternis gekomen. Op het Sinterklaasfeest vieren we dat mensen – in de kou – worden gezien. Geven, delen is een feest en maakt rijker.

God- en menslievend zijn deze feesten: feesten met een hart. Op een feest met een hart gedenken wij, hebben we oog voor elkaar, en dat betekent dat er ook ruimte is voor verdriet. Zo’n hartelijk feest is een feest van licht!

Als het duister waarin een ander verkeert, mij echt aangaat, breng ik al licht.

Licht dat huilt met wie verdriet heeft.

Licht dat zoekt naar wie verloren loopt.

Licht dat onrecht aan het licht brengt.

De profeet Jesaja is zo’n bij-lichter, omdat hij in bange tijden voor Israël het visioen van vrede hooghoudt. Johannes de Doper is er een; hij wordt in het Evangelie letterlijk een brandende en lichtgevende lamp genoemd, omdat hij temidden van veel verwarring getuigt van het oorspronkelijke licht.

Zo zijn er ook in onze tijd tal van voorbeelden te geven over mensen die licht brengen.

Er hebben al enkele mensen gereageerd op de vraag van vorige week: ‘hoe kun jij licht tegen angst zijn?’ Bijvoorbeeld:

  • mensen met aids bezoeken
  • vertrouwen uitstralen naar elkaar
  • de oudere mensen waar ik voor werk positief nieuws laten zien
  • als eigen voorbeeld denk ik aan die Marokkaanse jongeman die ik twee weken
    geleden tegenkwam in het centrum van Utrecht. Met buitengewone vriendelijkheid
    wenste hij de voorbijgangers een goede middag. Daarmee straalde hij licht uit
    temidden van al het negatieve nieuws over zijn landgenoten.

Kleine lichtjes allemaal, maar het duister ingedragen, verdrijven ze niet alle duisternis, maar ze verminderen wel haar macht.

De vraag van vandaag is: “Hoe kun jij een feest van licht zijn?” Of anders gezegd: “Hoe geef je kleur aan je leven?”

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie