Eenheid in verscheidenheid

Lezing: Johannes 21

Het is eigen aan iedere groep dat ze, naast het gemeenschappelijke dat ze samen hebben, ook getekend wordt door verschillen. Verschil in aanleg, karakter, aanvoelen, visie, temperament.
Verschillen zijn geen ramp, ze moeten er zelfs zijn om elkaar aan te vullen.

Zo kent de beginnende kerk van Jezus Christus al twee stromingen:

  • de grote stroom die in de lijn van Petrus opereert. Hij is de leider, heeft voorrang in gezag, en
  • de kleinere stroom waarvan Johannes de inspirator is. Hij heeft voorrang in geloof, en heeft bijzondere opvattingen over Christus, Eucharistie, en de plaats van de vrouw in de kerk.

Kan zo’n jonge kerk deze twee-stroom al aan? Daarover gaat het 21e hoofdstuk van het Johannes Evangelie. Johannes krijgt een plaats binnen de kerk die Petrus leidt. Verschil in eenheid is mogelijk door wederzijds respect.

Omdat dit 21e hoofdstuk aan de lange kant is, zullen we het in twee gedeelten lezen, als eerste en tweede lezing. Tot op zekere hoogte weerspiegelt dit verhaal de situatie van onze hedendaagse westerse kerk.

Overweging

Wie van ons kent niet uit ervaring de lange donkere nacht, waarin de lichtbakens van de hoop heel ver weg zijn? Wie van ons herkent ze niet in het avondgebed van Maarten Luther, waarin hij smeekt om Gods nabijheid in de nacht van de beproeving en angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood? Zo’n lange donkere nacht maakten Jezus leerlingen mee, toen hun rabbi was geëxecuteerd. Met zijn dood sneuvelden ook hun idealen.
Gods rijk op aarde? Vergeet het maar, zonder onze leidsman redden we het nooit! “Zullen we maar weer ons oude beroep opnemen en gaan vissen?” stelt Petrus, de nog onbenoemde leider van de elf, voor. Maar ze vingen die nacht niets, de nacht van de frustratie.

Een lange donkere nacht, het lijkt wel of onze kerk in het Westen daar óók in verzeild is geraakt. Door minder geloof in Jezus Christus verdampen de idealen van een betere wereld, van liefde voor de naaste, de minste het meest. Wie de cijfers ziet, schrikt. Weinig priesterroepingen, vergrijsde kerkgangers, en een gebrek aan bereidheid van Rome om vernieuwing toe te laten: om vrouwen in het ambt aan te stellen; homo-relaties in te zegenen; aids te bestrijden door condooms toe te staan; gelijkwaardigheid te bevorderen tussen de partijen in de oecumene; liturgische vernieuwingen de ruimte te geven. Dat alles leidt ertoe dat wij het leiderschap van “onze Petrus” maar met moeite erkennen. Het is de nacht van de Westerse kerk; ze vist achter het net! Hoe loopt deze situatie af in het Evangelie van vandaag?

“Wanneer het licht wordt, staat Jezus op het strand, maar niemand herkent hem”. Ook Petrus, die de nieuwe leider moet worden, ziet het niet. Hoewel het licht van de nieuwe morgen is aangebroken, blijft het nacht, blijven ze blind voor de nieuwe aanwezigheid van Jezus.

“Het is de Heer!”

Deze verraste uitspraak komt van de geliefde leerling, waarmee Johannes wordt bedoeld. Hij heeft als eerste in de gaten dat Jezus na zijn dood op een nieuwe manier aanwezig is. Zijn zien wordt inzien.

“Het is de Heer!”

Dat is geen constatering van het feit dat Jezus weer terug zou zijn van weggeweest. Maar een geloofsbelijdenis: “Hij is er op een andere manier”. En zo’n belijdenis vraagt altijd iets van jezelf: dat je niet op de oude voet voortgaat, dat je het eens over een andere boeg gooit, en opnieuw leert zien! Johannes openbaart wat verrijzen is, “als een weg naar zielsgeheimen”, en zijn inzicht wordt door de andere leerlingen als waarheid aanvaard. Terwijl Petrus de hoofdpersoon is van deze lezing en tot leider van de Kerk wordt aangesteld, heeft Johannes een voorrang in geloof.

Wat is hier aan de hand? Exegeten volgen een bijzondere weg om deze passage te duiden,
— ik noem onze medebroeder Joop Smit en de Nijmeegse universitair docent Patrick Chatelion Counet. Ze zijn het allemáál met elkaar eens: ze menen namelijk dat hier een kerkstrijd beslist wordt. Na Jezus’ dood ontstond er niet alleen een grote kerk rondom Petrus, maar ook een kleinere, maar belangrijke stroming rondom Johannes. Tussen die twee stromingen bestond strijd. Misschien zouden we tegenwoordig zeggen: polarisatie.

  • Petrus staat symbool voor het meer hiërarchische, orthodoxe, mannelijke kerk model.
    Hij is de rots, en wordt tot herder over de kudde aangesteld.
  • Johannes is vertegenwoordiger van de veel vrouwelijkere en meer op ervaring en mystiek gerichte gemeente.

    Ze noemt een mens – Jezus namelijk – God;
    ze maakt een vrouw – Maria Magdalena namelijk – tot apostel der apostelen;
    ze viert de Eucharistie waarschijnlijk niet met brood en wijn, maar met brood en vis.

Het mannelijk leiderschap van de Petrus-gemeente krijgt dus tegenwicht door de vrouwelijke, mystieke beweging van de Johannes-gemeente. De kerk van Petrus kon deze bijzondere opvattingen moeilijk aanvaarden. En toch heeft de gemeente van Johannes de autoriteit van Petrus erkend, op voorwaarde dat ook zij een plaatsje zou krijgen in het grote geheel.
In feite is dat gebeurd door haar Evangelie (het Evangelie volgens Johannes) op te nemen in de vastgestelde Heilige Boeken van het Nieuwe Testament. Een toenadering van twee kanten dus.

Ik denk dat wij ons, als Boskapellers, met gemak herkennen in de kleine en vernieuwende kerkgemeente van Johannes. En als leider van onze gemeenschap heb ik meer met de vrouwelijkere en op ervaring gerichte Johannes, dan met de mannelijke en orthodoxe Petrus.
Samen met gelijkgezinde gemeenten verkondigen wij opvattingen waar de grote kerk nog niet aan wil.

“Rome denkt in eeuwen”. Zo luidt het gezegde. Maar dat verhindert niemand om alvast een voorschot te nemen op de gebeurtenissen. En als dat niet kan, mag je toch minstens verkondigen en verdedigen wat je graag veranderd zou willen zien. Zoals ook de Johannes gemeente tegen de grote stroom in onwelkome theologie verkondigde. Maar zich afscheiden deden ze niet. Johannes aanvaardde Petrus als herder van de kudde en tegelijkertijd schroomde hij niet de herder te vertellen in welke richting hij zijn kudde moest leiden.

Ons afscheiden of weglopen van de grote kerk is ook voor ons geen optie’. Of je nu linksom of rechtsom gelooft, de inhoud van ons geloof wordt bepaald door Jezus Christus. Hij is de hoofdzaak; zijn “volg mij” is aan ieder van ons persoonlijk gericht. Als het ons gaat om de persoon van Jezus en zijn boodschap van liefde hoef je niet bang te zijn voor nieuwe ideeën, en al helemaal niet voor oude of conservatieve ideeën. Dan doe je wat gedaan moet worden; je zult de hoofdzaak kunnen onderscheiden van de bijzaken. Het net zal niet door verschillen verscheurd worden, maar de juiste vangst opleveren.

Tot zijn ontsteltenis moet Petrus tot drie maal toe bevestigen dat hij echt wel van Jezus houdt. Het ontbreekt er nog maar aan dat er een haan begint te kraaien, die eraan herinnert dat hij ooit de Heer drie maal verloochende… Hij moet de vraag op zich laten inwerken, zijn zelfverzekerdheid afleggen, leren dat het om liefde gaat.

“Heer, je weet alles, je voelt toch dat ik je lief heb”.

Petrus werd als gezagsdrager aanvaard door de Johannes-gemeente, omdat hij zichzelf plaatste onder het criterium van de liefde. Zo iemand mag ook een geloofsgemeenschap als die van de Boskapel weiden en hoeden. De twee stromingen komen dichter bij elkaar.

Want of de Eucharistie nu gevierd wordt met oude of nieuwe woorden, of de voorgangers uitsluitend mannen zijn of ook vrouwen, of de deelnemers nu katholiek zijn of óók protestant, hetero of homo, dat is allemaal betrekkelijk. De hoofdzaak is dat de liefde van Jezus Christus centraal staat in ons doen en laten.

Daar waar liefde is, zal het net bij alle verschillen niet zo gauw scheuren!

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie