Verbonden zijn

Lezing: Marcus 10, 1-10

Veelal gaan mensen twee aan twee door het leven, anderen zijn vrijgezel, of alléén geraakt. Weer anderen horen bij elkaar als orde, als groep, of welk alternatief ook. Hoe ook gevaren en geaard: wij mensen zijn met elkaar verbonden op allerlei verschillende niveau’s. Want het is niet goed dat de mens alleen is, zegt de Bijbel, zegt God.

“Alleen” is ongezien, ongekend;
geen antwoord en geen bemoediging,
geen tegenspel en geen troost.

Maar zovaak zijn mensen elkaar niet tot naaste; je ziet alle mogelijke gestalten van niet-gelukt samengaan. Kan het eigenlijk wel? Het bijbelse verhaal getuigt dat het kán. Wat mensen geleefd hebben, moeizaam van dag tot dag, is verhaal en lied geworden. Mensen die in hun overgave aan elkaar niet beschaamd worden en gezegend samengaan. Het meest intiem als ze twee aan twee elkaars metgezel zijn.

De lezing uit het Evangelie kan allerlei emoties in ons losmaken:

  • het kan verdriet oproepen omdat je alleen bent komen staan door de dood van je partner;
  • het kan ook verdriet, en soms is dat nog verbittering oproepen, omdat datgene wat je met veel idealisme begon, een fatale schipbreuk heeft geleden;
  • het kan vervreemding oproepen als door dit verhaal jouw aanleg ontkend wordt: hoezo man en vrouw? Voor mij is het man en man – en vrouw en vrouw.
  • Het roept in alle gevallen verzet op tegen een kerk die zich als farizeeër en wetgeleerde gedraagt door gescheiden mensen en homo’s naar de rand van de kerkgemeenschap te schuiven.

Toch mogen we ook vandaag niet naar huis gaan zonder gesterkt en geïnspireerd te zijn door het Evangelie. Dat geldt voor ons allen.

  • Het geldt voor hen die getrouwd zijn, maar ook voor hen die gebukt gaan onder een verschrikkelijke mislukking of onder een scheiding veroorzaakt door de dood.
  • Dit geldt niet minder voor hen die als man en man, of vrouw en vrouw hun weg door het leven zoeken. Per slot van rekening is dit “een vondst van de Schepper”, zoals pater van Kilsdonk deze scheppingsvariant noemt, vanuit zijn jarenlange pastorale aandacht onder homo’s.
  • En tenslotte geldt dit ook voor hen die vrijwillig, of door omstandigheden gedwongen, alléén hun levensweg gaan.

Voor hen en voor ons allen staat als een paal boven water wat in het scheppingsverhaal gezegd wordt: “het is niet goed voor de mens om alleen te zijn”. Hoe God wil dat mensen niet alleen zijn, niet star, sprakeloos, hard en ontroostbaar, wordt prachtig verbeeld in de variant op het Scheppingsverhaal van Huub Oosterhuis.

God zegent ons samengaan, en door wederzijdse trouw maken wij die zegen waar! – Nu dan naar het Evangelie van vandaag. In de eerste zin staat, dat Jezus op weg ging naar Judea, naar Jeruzalem. En: Dat staat er niet voor niets. Dat wil zeggen: God gaat naar zijn volk. De bruidegom gaat naar zijn bruid. Dat is beeldspraak. In de bijbelse lyriek wordt God steeds de bruidegom genoemd en Jeruzalem, zijn volk, de bruid.

In vers 1 staat dus dat nu gaat blijken hoe groot Gods trouw is ten opzichte van Zijn volk. Want de gang naar Jeruzalem betekent Jezus’ lijden en dood. Zijn trouw zal ontzettend op de proef worden gesteld. Maar: Hij gáát!

In dit verband, zo las ik in een commentaar op dit Evangelie, zegt Jezus dat gehuwden ook voor elkaar moeten gáán, en dat een man zijn vrouw niet mag wegsturen, zoals God zijn bruid niet verstoot, ondanks alles, ondanks het lijden dat de trouw met zich meebrengt.

Wij zijn geschapen naar Gods beeld. In de liefde van de mensen openbaart God zich zelf. In twee mensen die van elkaar houden, licht Hij op, ongeacht hun geaardheid. Als je aan een wildvreemde die nog nooit van God gehoord heeft zou moeten zeggen wie God is, hoe Hij is, zou je moeten kunnen wijzen naar twee mensen, die tegenover elkaar, elkaar tot hulp zijn, en die in hun overgave aan elkaar niet beschaamd worden. Dan zou je kunnen zeggen: daar heb je een beeld, een foto van God.

Gezegend samengaan in duurzame trouw! Maar over trouw praat je pas als ontrouw voor de hand ligt. Zo kwam de trouw van Jezus pas ter sprake toen hij naar Jeruzalem ging waar hij door de mensen vermoord zou worden. Over trouw praat je pas echt, als ontrouw voor de hand ligt, dat gold voor Jezus, dat geldt ook voor ons. Want dan is trouw niet meer vanzelfsprekend – dan vraagt trouw offers. Grote offers. Trouwen doe je dan eigenlijk niet op je huwelijksdag, dat doe je pas later, als er een crisis is.

Wij zijn maar kleine, zwakke mensen. Ook al zijn we naar Gods beeld geschapen. We moeten elkaar helpen in die zwakheid. We moeten elkaar helpen om trouw te zijn en trouw te blijven. En niemand kan trouw zijn zonder hartelijkheid en waardering. Attentie en tederheid horen niet alleen bij de eerste verliefdheid. Dat moeten we elkaar geven met handenvol.

Het is mooi te weten met welke voorbeelden dat nu in de kindernevendienst wordt verteld: “Een plantje moet je water geven, anders verwelkt het, groeit het niet.”
“Een huisdier vraagt de nodige verzorging en tact, anders ontwikkelt het verkeerde eigenschappen”
Zo is het ook met het onderhouden van vriendschap. Zonder aandacht en interesse loopt een vriendschap dood. “Wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden”

Dat wat ons zo wettisch in de oren klinkt door kerkjuridische regels, kunnen we nu zo vertalen: Als wij elkaar niet de nodige hartelijkheid en waardering geven, dán brengen we – wat God verbonden heeft – in gevaar

Joost Koopmans

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie